Artikel

Een veiliger werkomgeving vereist groter bewustzijn

Doorsturen
Afdrukken

Verschenen in:   Logistiek Magazine
Foto / illustratie:   Nee
Auteur:   Martin Althoff
Publicatiedatum:   15 april 2010
Editie:   jaargang 5, nummer 4
Paginanummer:   12
 

Een veilig en ongevalvrij magazijn is en blijft in veel gevallen een utopie, want ‘waar gehakt wordt, vallen spaanders’. Risicobeperking kan wel worden verkregen door meer veiligheidsbewustzijn op de magazijnvloer, zo blijkt uit onderzoek.



Onder leiding van professor René de Koster van de Erasmus Universiteit Rotterdam is eind vorig jaar een grootschalig veiligheidsonderzoek gedaan onder logistieke en industriële bedrijven met een magazijn. Soortgelijke en eerder gehouden onderzoeken wezen uit dat vooral het veiligheidsbewustzijn bij het bedrijfsmanagement en het personeel op de werkvloer het antwoord was op de kernvraag: wat maakt een magazijnomgeving veilig? Is dat een doelgericht veiligheidsbeleid, beter bewustzijn onder medewerkers of toch aanpassing van layout en hulpmiddelen? Voor het eerst brengt de Erasmus Universiteit met dit onderzoek alle aspecten met elkaar in samenhang. “Wat wij hebben gedaan, is kijken naar de effecten van genomen veiligheidsmaatregelen en de toepassing van technische hulpmiddelen, zoals het strikt gescheiden houden van rij- en looppaden. Maar ook naar het nut van bij voorbeeld parabolische spiegels, en het consequent dragen van veiligheidsgordels, helmen en veiligheidsschoenen”, verklaart De Koster. “Mijn veronderstelling was namelijk dat deze fysieke veiligheidselementen meer impact hebben dan doorgaans wordt gedacht. Met dit onderzoek wilden we daar dan ook duidelijkheid over krijgen. Als onafhankelijke variabelen werden veiligheidsleiderschap (zoals gepercipieerd volgens de medewerkers), veiligheidsbewustzijn van de medewerkers en veiligheidsbevorderende systemen gedefinieerd. Deze systemen worden onderscheiden in (1) Algemene veiligheidsprocedures, (2) Orde en netheid gerelateerde maatregelen en (3) Veiligheidsprocedures voor intern transport en opslag (bij voorbeeld het scheiden van transportstromen). Deze systemen werden achterhaald door navraag te doen naar veiligheidsbevorderende maatregelen. Als afhankelijke variabele werd het aantal ongevallen en bijna-ongevallen over de laatste vier jaar gebruikt.

Veiligheidsvoorzieningen

Parabolische spiegels helpen alleen als er op dat onoverzichtelijke kruispunt daadwerkelijk consequent in wordt gekeken. Dat moet een automatisme worden, zonder dat het achterliggende veiligheidsaspect wordt vergeten. Hetzelfde geldt volgens De Koster voor de gordelplicht en het dragen van helmen en veiligheidsschoenen. Deze beperken stuk voor stuk wel de kwalijke gevolgen van een –ongeval, maar voorkomen deze niet. Veiligheidsvoorzieningen hebben volgens het onderzoek vooral effect als deze gepaard gaan met een structurele vorm van veiligheidsbeleving en -bewustzijn. Daarmee komt het onderzoeksresultaat uiteindelijk toch weer uit op dezelfde conclusies van eerder gehouden onderzoeken die veiligheidstraining en voorlichting van het personeel door het bedrijfsmanagement propageren. Dat is volgens De Koster beslist geen eenmalige actie, maar een voortdurend proces, waar frequent aandacht aan moet worden besteed. Daarbij weegt de inbreng, de betrokkenheid en de verantwoordelijkheid van het magazijnpersoneel even zwaar als die van het management. “Net zoals herhaling de kracht van reclame is, versterken ook veiligheidsbewustzijn en de toepassing elkaar.”

Magere respons

In totaal zijn 1400 bedrijven aangeschreven met het verzoek deel te nemen aan het veiligheidsonderzoek. Met 66 concrete aanmeldingen was de respons mager. De Koster verwachtte een positieve respons van circa 80 bedrijven. Een restrictie was dat het te –beoordelen bedrijf minimaal vijf magazijnmedewerkers of meer in dienst heeft. Daardoor bleven er uiteindelijk nog maar 55 bedrijven over. Dertien daarvan zijn daadwerkelijk door het onderzoeksteam persoonlijk bezocht en ondervraagd. Daarmee is de –uitkomst van het onderzoek niet –algemeen verbindend te verklaren voor alle magazijnen, maar geeft het volgens De Koster wel een redelijk representatief beeld hoe het thema veiligheid binnen de doelgroep leeft en wordt vormgegeven.

Zowel het management als de medewerkers van hetzelfde bedrijf kregen een vragenlijst voorgelegd. Aan de medewerkers zijn door de studenten Irving Davelaar en –Martine Martens een twintigtal vragen gesteld over hun veiligheidsbewustzijn, gedrag en de –leiderschapsstijl van hun manager met betrekking tot veiligheid. Het –management kreeg vragen met –betrekking tot veiligheidssystemen en veiligheidsprestatie. Die gegevens zijn allemaal anoniem verwerkt, zonder tussenkomst van het management. Een ander deel van de bedrijven kreeg de vragenlijst toegezonden. De warehousemanagers en operational managers van de niet bezochte bedrijven ondervroegen het eigen personeel en vulden de enquête zelf in.

Wat opviel tijdens het onderzoek is dat bedrijven waar de anonieme vragenlijsten verzameld werden door de onderzoekers en niet door het bedrijfsmanagement een veel sterkere relatie gaven tussen veiligheidsprocedures en veiligheidsprestaties. Achteraf is dit volgens De Koster eenvoudig te verklaren vanuit sociaal wenselijk gedrag. “Als de vragenlijsten worden –verspreid en ingenomen door de manager, worden medewerkers ineens erg veiligheidsbewust.” Uit de inventarisatie is ook gebleken dat bedrijven met tal van veiligheidsmaatregelen beter scoren ten aanzien van (bijna) ongelukken, letselschade, ziekenhuisopnames en zelfs overlijdensgevallen. Opmerkelijk was verder de vrij grote discrepantie tussen de mening van de manager en de mening van het personeel over het veiligheidsleiderschap van de –manager, veiligheidsbewustzijn van het personeel en de mate van veilig gedrag. De manager schat zowel het personeel als zichzelf nogal wat beter in op het gebied van veiligheid dan het personeel.”

Kader bij artikel:

‘TUSSEN DE OREN’

De uitslag van het veiligheidsonderzoek toont weliswaar het –belang van fysieke veiligheidsvoorzieningen aan, maar ook dat het slechts elementen zijn in het totaalbeeld van veiligheid op de magazijnvloer.” Met andere woorden: ‘Veiligheid is niet altijd even concreet, maar zit vooral tussen de oren!’ “Daarmee –concludeert dit onderzoek in essentie eigenlijk hetzelfde als alle eerder gehouden onderzoeken”, erkent De Koster. Onder andere parabolische spiegels op onoverzichtelijke kruispunten en strepen op de vloer om voetgangers van magazijntrucks te scheiden, lijken volgens De Koster nuttige voorzieningen om dit te bewerkstelligen. Het veiligheidsonderzoek heeft namelijk uitgewezen dat deze inderdaad risicobeperkend zijn, maar beslist niet doorslaggevend. Een getrokken streep op de vloer kan en wordt in de dagelijkse praktijk namelijk gemakkelijk overschreden, waarmee de kunstmatige scheiding van magazijntrucks en rondlopend magazijnpersoneel geheel teniet wordt gedaan. "Uit ander onderzoek hebben we genoeg bewijs, dat de manier van leidinggeven van grote invloed is op veilig werken. Wat we niet weten, is of het gescheiden houden van loop- en rijpaden, of het plaatsen van een simpel hulpmiddel als een bolspiegel wel –effect heeft. "Ik had eerlijk gezegd verwacht dat deze fysieke elementen, los van leidinggeven en bewustzijn, een grote –impact zouden hebben op de veiligheid.”


Deel dit artikel via: