De ontwikkeling van de Nederlandse infrastructuur loopt sterk achter op de mobiliteits- en economische groei, wat ten koste gaat van onze concurrentiepositie als logistiek centrum in de EU. Dit blijkt uit het rapport 'Bridging the gap' van Ernst & Young.
Ten opzichte van andere Europese landen heeft Nederland weinig infrastructurele projecten die volgens het model van publiek-private samenwerking zijn opgezet, zegt het rapport 'Bridging the gap'.
Randvoorwaarden
Ernst & Young onderzocht de huidige omstandigheden en de kansen voor private investeerders in Europese infrastructuur, waaronder markten in Oost- en Midden-Europa."Om buitenlandse investeerders in een steeds concurrerender wordende investeringsmarkt aan te trekken, staan Europese overheden voor de uitdaging om de juiste randvoorwaarden voor grensoverschrijdende concurrentie te creëren", zegt Ad Buisman, partner bij Ernst & Young.
Achterlopen
De onderzochte landen bevinden zich op het gebied van publiek-private samenwerking (PPS) in uiteenlopende stadia. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Engeland en Frankrijk, worden in Nederland weinig grootschalige infrastructuurprojecten volgens het PPS-model gepland of gerealiseerd. Een terughoudende overheid, gebrek aan standaardisatie en milieu- en planningbarrières zorgen ervoor dat Nederland achterloopt ten opzichte van andere Europese landen. Volgens Buisman staat dit in schril contrast met de roep vanuit de markt om meer PPS en DBFMO-projecten (Design, Build, Finance, Maintain en Operate). "Vergelijken we dit met andere kleine landen in Europa, bijvoorbeeld België en Denemarken, dan is het Nederlandse ambitieniveau betrekkelijk laag."
Praten is niet genoeg
Buisman: "Alle voorspellingen wijzen erop dat de komende decennia het autogebruik en goederentransport in Nederland nog altijd fors toenemen. Maar de ontwikkeling van infrastructuur in Nederland loopt sterk achter op de mobiliteits- en economische groei. Denk aan de vertraging van de verbreding van de A4, de problemen rondom de Coentunnel en de tweede Maasvlakte, die al bijna tien jaar een discussiepunt vormt. Hoewel de problematiek steeds meer bespreekbaar wordt, is praten alleen niet genoeg."
Private investeerders
"Net als in Nederland leiden infrastructuurprojecten in sommige andere landen tot politieke weerstand vanwege milieukwesties en economische of sociale problemen, zoals vervuiling en de verplaatsing van huizen en bedrijfsgebouwen. Ondanks al deze uitdagingen blijkt uit het onderzoek dat veel EU-landen private investeerders met open armen ontvangen en ook zelf steeds meer geld beschikbaar stellen voor infrastructuurprojecten. Maar net als de Verenigde Staten en de meeste andere geïndustrialiseerde landen heeft West-Europa moeite om in de vraag naar nieuwe infrastructurele voorzieningen te voorzien."
Opkomende markten
Verder blijkt uit het rapport dat private investeerders zich steeds nadrukkelijker richten op de opkomende markten van Oost- en Midden-Europa. De verwachting is dat in 2008 en 2009 investeerders zich meer interesseren in landen met een opkomende infrastructuursector zoals Turkije, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije en Slovenië. De samenwerking tussen private en publieke partijen is in Hongarije, Polen en Tsjechië al sinds 2003 wettelijk geregeld. De opkomende markten in Centraal- en Oost-Europa ondergaan een moderniseringsslag, en beginnen steeds sterker te concurreren om steeds omvangrijkere buitenlandse investeringen.
Lees ook: