1) het push/pull punt is het punt waar de anonieme (stock replenishment) order overgaat naar de klantorder (onder andere volgens Simchi-Levi, Kaminsky & Simchi-Levi, en Bertrand, Wortmann en Wijngaard)
2) pull betekent dat je op de werkvloer pas mag beginnen met produceren als er stroomafwaarts een vraag wordt doorgegegen (Hopp & Spearman). En dat kun je inderdaad via Kanban realiseren, zoals Hessel stelt.
Echter, om de tegenstelling push/pull te vergelijken met MRP/Kanban is in mijn ogen echt onjuist - MRP kan zelfs heel goed samen met JIT principes geimplementeerd worden.
Zoals vaak in de logistiek, hangt het sterk af van de situatie welk concept op welke manier toegepast dient te worden. Dat geldt voor beide interpretaties van push/pull. Mijn stellingname in de LogistiekAnders discussie is een reactie op de aanname dat pull altijd beter is dan push - iets dat in de lean wereld soms lijkt te worden gezegd. De toepasbaarheid van Kanban (of een andere vorm van pull op de werkvloer) is sterk afhankelijk van zaken als omsteltijden, seriegroottes, capaciteit, doorlooptijden, gewenste levertijden. Maar ook een fysieke afstand tussen twee productie-afdelingen kan een pull model bemoeilijken.
En er zijn alternatieven, zoals het in detail plannen van de verschillende stappen, zodat het 'pullen' of 'pushen' minder van belang wordt op werkvloerniveau.
Een paar weken geleden startte ik een discussie op LinkedIn, de groep
LogistiekAnders, met als titel: Pull efficienter dan push? Wat een
onzin! Na een rustige start heeft de discussie een flinke opleving
doorgemaakt wat onder andere leidde tot een blog van Hessel Visser op
Logistiek.nl.
Hessel daagt de wetenschappers om nu eens uit de kast te komen en meer
naar de praktijk te kijken. Echter, de vele discussies die er over
push/pull zijn gevoerd (zie de referenties in de LogistiekAnders groep)
maken duidelijk dat er in ieder geval een definitie-kwestie speelt, en
dat een toelichting dus juist uit de wetenschappelijke hoek zou moeten
komen. In het artikel van Alex Tjalsma
(http://www.supplychainmagazine.nl/pull-is-engels-voor-trekken-push-voor-duwen/)
staat een uitgebreide verhandeling over push/pull met verschillende
referenties. Ik zou de begripsverwarring willen reduceren tot twee
mogelijke interpretaties: 1) het push/pull punt is het punt waar de
anonieme (stock replenishment) order overgaat naar de klantorder (onder
andere volgens Simchi-Levi, Kaminsky & Simchi-Levi, en Bertrand,
Wortmann en Wijngaard), en 2) pull betekent dat je op de werkvloer pas
mag beginnen met produceren als er stroomafwaarts een vraag wordt
doorgegegen (Hopp & Spearman). En dat kun je inderdaad via Kanban
realiseren, zoals Hessel stelt. Echter, om de tegenstelling push/pull te
vergelijken met MRP/Kanban is in mijn ogen echt onjuist - MRP kan zelfs
heel goed samen met JIT principes geimplementeerd worden.
Zoals vaak in de logistiek, hangt het sterk af van de situatie welk
concept op welke manier toegepast dient te worden. Dat geldt voor beide
interpretaties van push/pull. Mijn stellingname in de LogistiekAnders
discussie is een reactie op de aanname dat pull altijd beter is dan push
- iets dat in de lean wereld soms lijkt te worden gezegd. De
toepasbaarheid van Kanban (of een andere vorm van pull op de werkvloer)
is sterk afhankelijk van zaken als omsteltijden, seriegroottes,
capaciteit, doorlooptijden, gewenste levertijden. Maar ook een fysieke
afstand tussen twee productie-afdelingen kan een pull model
bemoeilijken. En er zijn alternatieven, zoals het in detail plannen van
de verschillende stappen, zodat het 'pullen' of 'pushen' minder van
belang wordt op werkvloerniveau.
Kortom, ik geloof onmiddelijk dat de invoering van Kanban in sommige
situaties tot goede resultaten kan leiden. Het concept is prachtig in
zijn eenvoud. Maar het is geen Haarlemmer olie voor de logistiek.
Bertrand, Wortmann en Wijngaard stellen terecht dat de flexibiliteit van
JIT productie beperkt is. Het systeem is in staat een grote diversiteit
uit één familie te leveren, mits de productmix aan bepaalde voorwaarden
voldoet. Kees Pippel schreef een inspirerende bijdrage in de
LogistiekAnders groep, wat er gebeurt op de werkvloer als een pull model
erdoor gedrukt wordt, tegen beter weten in.
Waar Alex Tjalsma voorstelt om push/pull niet langer te gebruiken als
termen, ben ik er juist een voorstander van om hier veel meer aandacht
aan te besteden - zowel in onderwijs als bedrijfsleven. Wij logistici
discussieren gretig over deze concepten, maar een schrikbarend groot
aantal bedrijven heeft geen idee op welke manier ze hun supply chain
zouden moeten structureren.
Tenslotte: de logistieke wetenschappers die ik ken (en dat zijn met name
de mensen uit de Eindhovense school) komen heel erg vaak in de praktijk.
Om deze discussie te plaatsen als een tegenstelling tussen de alwetende
consultant en de ivoren-toren wetenschapper, is nodeloos polariserend en
ook simpelweg onjuist. We hebben juist meer onderwijs nodig over de
betekenis van de concepten, en wanneer ze wel en niet toepasbaar zijn.
Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat er soms een kloof gaapt
tussen theorie en praktijk, maar op het gebied van push/pull heeft de
wetenschap zeer praktische theorie ontwikkeld.
Referenties:
Bertrand, J.W.M., Wortmann, J.C. & Wijngaard, J. (1990).
Produktiebeheersing en material management. Leiden: Stenfert Kroese.
Hopp, W.J. and Spearman, M.L. 2000, Factory Physics, 2nd Ed. McGraw-Hill.
Simchi-Levi, D. Kaminsky, P en Simchi-Levi, E. (2008). Designing and
Managing the Supply Chain - Concepts, Strategies and Case Studies (third
edition). Irwin: McGraw-Hill.