Het Ministerie van Verkeer van Waterstaat geeft aan volledig achter de opzet van de verplichte nascholing van beroepschauffeurs in Nederland te staan en de manier waarop hieraan door CCV invulling is gegeven.
Dat betekent dat bedrijven en hun chauffeurs de 35 uur nascholing over een periode van 5 of 7 jaar kunnen spreiden en dat het uitgebreide pakket aan opleidingen en trainingen gehandhaafd blijft. Met deze uitspraak geeft het ministerie antwoord op de vraag van vele bedrijven en VTL of zij risico's lopen door op korte termijn te beginnen met de nascholing. De onduidelijkheid hierover en de drempel om te starten met de nascholing is hiermee verdwenen. Dit is volgens VTL van groot belang omdat er juist in deze periode van economische crisis bij veel bedrijven meer tijd voor scholing beschikbaar is. Wanneer de 35 uur nascholing goed verspreid wordt over de daarvoor beschikbare 5 of 7 jaar, wordt voorkomen dat er problemen ontstaan met de inzetbaarheid van chauffeurs.
Aanleiding
In de afgelopen maanden zijn er in de pers verschillende artikelen gepubliceerd over de opzet van de verplichte nascholing van beroepschauffeurs in Nederland. Hierin werd beweerd dat de huidige opzet niet conform de Europese richtlijn zou zijn ingevuld. Hierdoor ontstond bij diverse bedrijven een afwachtende houding ten aanzien van de verplichte nascholing. VTL heeft daarop aan het ministerie van Verkeer en Waterstaat gevraagd om duidelijkheid te scheppen over de interpretatie van de verplichte nascholing.
Verkeersveiligheid
Het brede pallet aan opleidingen en trainingen waaruit voor de nascholing gekozen kan worden, voorziet in de specifieke behoefte van de verschillende typen bedrijven binnen de sector. Daarmee draagt de nascholing bij aan goed geschoolde chauffeurs die op hun beurt weer een bijdrage leveren aan een hogere verkeersveiligheid en verbetering van het imago van de beroepschauffeurs.