Intermodaal vervoer heeft de toekomst, maar dan moet er nog wel het nodige gebeuren. Dat is de belangrijkste conclusie uit een rapport van NEA in opdracht van KNV en ING. Het rapport roept op tot "een versnelling van acties om intermodaal vervoer snel te kunnen ontwikkelen". Ook verladers en terminals kunnen nog veel doen, zoals het verruimen van openingstijden.
Bij de keuze voor intermodaal vervoer speelt meer dan alleen de prijs een rol. "Het gaat ook om een goede inrichting van hele keten", stelt adjunct-directeur Ad Rosenbrand van NEA op het kantoor van ING in Den Haag. Daar reikte Machiel Bode van ING het rapport uit aan bestuurslid Bram Ewals van KNV.
Rosenbrand doelt onder meer op de openingstijden van verladers en vervoerders. Als deze partijen langer bereikbaar zijn, kan het transportmaterieel efficiënter ingezet worden. Anders worden logistiek dienstverleners gedwongen om eerder voor het wegvervoer te kiezen vanwege kortere doorlooptijden en concurrerende tarieven.
Frequentie
De bevindingen van Max Philips, directeur van voorlichtingsbureau Rail Cargo, sluiten aan bij die van NEA. "We zien dat de frequentie van de huidige shuttletreinen toeneemt. Dat moet ook om de concurrentie met het wegvervoer aan te gaan. Als slechts één keer per week een trein rijdt, is de keuze voor een vrachtauto snel gemaakt."
Om intermodaal vervoer competitief te maken, moet er volgens Philips nog wel wat gebeuren aan de transittijd, de omlooptijd van het materieel en de lengte van het voor- en natransport. Daarnaast moet een intermodale oplossing ook een hybride oplossing zijn. "In probleemgevallen moet het mogelijk zijn om uit te wijken naar een alternatief, bijvoorbeeld als het spoorwegpersoneel in Frankrijk weer eens staakt", aldus Philips.
Italië als voorbeeld
NEA heeft in het rapport drie corridors onder de loep genomen: Italië, Spanje en Oost-Europa. De corridor Nederland-Italië functioneert goed en is een voorbeeld voor andere corridors. 70.000 containers gaan elk jaar via het spoor naar de laars in Zuid-Europa.
De stroom naar Spanje is een stuk kleiner. Railvervoer is hier lastig, vanwege de gebrekkige liberalisering, het capaciteitstekort en de kans op stakingen in met name Frankrijk. De meeste kansen liggen hier voor shortsea, dat concurrerend is met wegvervoer qua doorlooptijd en prijs
Kansen in Oost-Europa
Het volume richting Oost-Europa is nog beperkt, maar de verwachtingen voor deze corridor zijn hoog. Vooral voor deze corridor zijn nog veel investeringen nodig, onder meer in terminals, vlotte inklaringsprocessen, etc. Omdat binnen China steeds meer productie naar het westen verhuisd, kan op den duur zelfs railvervoer naar China interessant worden.
Wil intermodaal vervoer concurrerend zijn, is ook de aanwezigheid van retourlading vereist. Bij de corridor naar Italië is dat geen probleem. Daar gaan jaarlijks zo'n 70.000 containers heen en terug. De corridors naar Spanje en Oost-Europa leveren meer problemen op.
Lange afstanden
Rosenbrand voorspelde tot slot een einde voor het wegtransport op lange afstanden. Wegtransport wordt simpelweg te duur, intermodaal vervoer is dan goedkoper. "Zeker gezien de hoge chauffeurskosten", aldus Rosenbrand.