31 jan 2012

Nieuws

TLN wil centrale regie over alternatieve brandstoffen


TLN roemt transportondernemingen die samenwerken op het gebied van alternatieve brandstoffen. Voorzitter Alexander Sakkers breekt daarom een lans voor een centrale regie vanuit het bedrijfsleven naar de locale overheden om hobbels in de besluitvorming en vergunningverstrekking glad te strijken.
Seminar Alternatieve brandstoffen

Deze centrale regie is geopperd tijdens het seminar met paneldiscussie over alternatieve brandstoffen voor het goederenvervoer over de weg bij ING in Amsterdam. Wie deze centrale regie moet voeren, laat Sakkers nog even in het midden, maar de dagvoorzitter van het seminar Rens de Jong dicht deze taak als bijna vanzelfsprekend toe aan TLN onder leiding van Sakkers en hij dringt zelfs aan op een snelle invoering. Daarbij zou volgens Sakkers zeker ook de samenwerking moeten worden gezocht met het Topinstituut Dinalog voor de communicatie naar de landelijke overheid.

 

Discussie over rol centrale overheid

Het seminar over alternatieve brandstoffen voor het goederenvervoer over de weg is op initiatief van TLN en ING sectormanagement gehouden. Algemeen directeur Menno Menist van Onderzoeksinstituut NEA presenteerde daarbij een rapport en overhandigde deze samen met directeur Peter Sierat van TLN aan Mariëtte van Empel, de directeur klimaat, lucht en geluid van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

    

Centraal tijdens het seminar stonden enerzijds de kosten, opbrengsten, beschikbare technieken en verkrijgbaarheid van alternatieve brandstoffen. Anderzijds was er onder de aanwezigen uit de transportwereld veel discussie over de rol van de centrale overheid en locale overheden met betrekking tot wetgeving, vergunningen, subsidies en accijnzen. Daar wordt door menig transportondernemer nog veel weerstand ervaren en willekeur per gemeente met betrekking tot deze duurzaamheidsprojecten.

     

Tegengas gemeenten 

Er blijkt namelijk niet overal sprake te zijn van eenduidig beleid. Zo wordt onder andere Zwolle door enkele seminarbezoekers aangehaald als een gemeente waar sprake is van regelrechte tegenwerking met betrekking tot het afgeven van een vergunning voor een LNG-tankstation aan een plaatselijke transportonderneming. Daar staat tegenover dat andere gemeenten volledige medewerking verlenen en in het geval van Oss en Duiven zelfs het voortouw nemen om samen met locale transportondernemingen diverse groengas tankstations te realiseren.

     

Overheidsvertegenwoordiger Mariëtte van Empel is net als Sakkers ook voorstander van een brede samenwerking, maar toont ook begrip voor gemeenten die soms op de rem trappen. "Tankstations wil in principe niemand graag in zijn achtertuin hebben en bovendien moeten ze passen in de bestaande bestemmingsplannen. Dat vergt een gedegen afweging en veel tijd in de besluitvorming. Maar als de landelijke overheid de doelstelling van 60 procent minder CO2-emissie  in 2050 wil realiseren, zullen alle betrokken partijen daaraan hoe dan ook toch hun medewerking moeten verlenen."

   

Daar zal de overheid sowieso nog een flinke dobber aan hebben, want er is volgens het rapport van NEA sinds 1990 nog maar 2 procent CO2-reductie daadwerkelijk gerealiseerd. Uit hetzelfde rapport blijkt ook dat het goederenvervoer over de weg slechts 5 procent van de totale CO2-uitstoot veroorzaakt.

  

Verschillen in brandstoffen

Alternatieve brandstoffen zijn onderverdeeld in categorieen. De Biobrandstoffen met onder andere Biogas (Groengas), Bio-ethanol en Biodiesel. De fossiele brandstoffen Aardgas, CNG, LNG en LPG, waarbij LNG en CNG ook een biologische bron kunnen hebben. Verder kan er ook gebruik worden gemaakt van de energiedragers elektriciteit en waterstof. Tenslotte zijn er ook Dual Fuel systemen die meerdere alternatieve brandstoffen combineren in een vrachtauto. Elke van deze brandstoffen heeft zijn eigen specifieke voor- en nadelen. Het NEA rapport benoemt ze allemaal. De aardgasvarianten CNG en LNG lijken op dit moment de hoogste ogen te scoren voor het goederentransport over de weg.

       

Algemeen directeur Frank Verhoeven van Vos Logistics heeft overwegend de keuze gemaakt voor LNG, maar heeft ook enkele trucks op CNG, terwijl Algemeen directeur Peter de Rooij van De Rooij Transport & Logistiek voor hun voertuigpark inzet op CNG. Dat blijken bij navraag weloverwogen keuzes. CNG is vergeleken met LNG op dit moment ruim verkrijgbaar in Nederland, terwijl de LNG-tankstations bij wijze van spreken nu nog nog op de vingers van een hand zijn te tellen. Daar staat tegenover dat de actieradius van vrachtauto's op LNG beduidend groter is dan die van CNG-trucks. LNG is daarmee meer geschikt voor interregionaal transport, terwijl CNG hoge ogen scoort op de kortere afstanden en voor stedelijke distributie.

 

Download hieronder het NEA-rapport (PDF)

 MV ING TLN Alternatieve brandstoffen.pdf

 

 

door Martin Althoff 31 jan 2012 laatste update:26 mei 2012