Als goederen worden ingevoerd, zijn vaak invoerrechten verschuldigd. Hoeveel? Soms nul, soms veel, en alles er tussenin. Het vaststellen van het toepasselijke invoerrecht lijkt soms wel een "kat en muis spel" tussen de Douane en het bedrijfsleven.
Kan dat nou niet anders? Nee, want is het het bedrijfsleven zelf die de uitzonderingen wenst.
Knoflook
De hoogte van douanerechten is onder meer afhankelijk van het soort product. Dat lijkt eenvoudig en is het soms ook. Zo bestaat weinig discussie over de classificatie van een katoenen t-shirt. Maar hoe zit dat bij bijvoorbeeld knoflook Wat kan daarbij fout gaan?
Veel! Sinds kort bestaat namelijk een uitgebreide discussie over soloknoflook ,een specifieke soort knoflook. Vele jaren werd soloknoflook door de Douane als een ‘andere looksoort' ingedeeld. Nu opeens is de Europese Gemeenschap van mening dat dit gewone knoflook is. Gevolg; er geldt een aanzienlijk hoger tarief, dat in de praktijk neerkomt op 8 á 10 keer zoveel rechten.
Maar goed, dan krijgt de handel uiteraard wel een overgangstermijn... zou je denken. Nee dus! Op grond van de wetgeving, vindt de Douane, is deze wijziging met onmiddellijke ingang van toepassing. Sterker nog, met terugwerkende kracht. Het zal duidelijk zijn: dit heeft grote gevolgen voor de inkoopprijs, terwijl deze verhoging veelal niet kan worden doorberekend.
Kerstfeestartikelen; een kwestie van lange adem
Nu is het niet zo dat wanneer de Douane een standpunt inneemt, de Douane dan ook gelijk heeft en de handel met de gebakken peren zit. Ook de Douane heeft niet altijd gelijk! Daarom zijn bezwaar- en beroepsprocedures mogelijk. Maar, zoiets duurt soms vele jaren.
Een voorbeeld van zo'n lange procedure betreft kerstfeestartikelen. De inspecteur stond een wel erg beperkte en traditionele opvatting voor wat onder een kerstfeestartikel moest worden verstaan. De Hoge Raad moest er aan te pas komen om te concluderen dat "ook artikelen die winterfiguren (sneeuwmannen en dergelijke) uitbeelden en geschikt zijn om zonder meer ter versiering bevestigd te worden in een kerstboom" als kerstfeestversiering kunnen worden aangemerkt. Maar als je dan denkt dat de discussie is gevoerd; helaas. De Douane past dit arrest vervolgens heel beperkt toe; alleen op (bijna) identieke producten zodat wederom legio procedures over andere varianten nodig zijn.
Kip, gekruid of niet
Nog één - bijzonder - voorbeeld. De vraag of kip gekruid is of niet! Maar hoe moet worden vastgesteld of iets gekruid is? De wet: aan de hand van organoleptisch onderzoek, ofwel smaakonderzoek. Maar hoe verricht je een smaakonderzoek - door mensen - op bevroren rauwe kip? Ook in dit geval heeft de Hoge Raad na vele jaren een streep gezet door navorderingen voor aanzienlijk substantiële bedragen. Eigenlijk was de conclusie dat het onderzoek niet op de juiste wijze was uitgevoerd.
Kan het niet anders?
"Is het nou niet mogelijk om gewoon één ‘flat fee' toe te passen, dat is toch veel gemakkelijker voor de handel." Ik hoor het vaak. Daarbij wordt echter vergeten dat het juist de handel is die onderscheid wil maken. Kort geleden werd ik geconfronteerd met een zaak waarbij een importeur 85 procent antidumpingheffing (naast 3,7% douanerechten en 19% omzetbelasting) moest betalen. Ofwel meer dan 100 procent aan importheffingen. Die antidumpingheffing is er echter juist om, op verzoek van producenten uit de EG, de Europese markt te beschermen. Ook hier is het dus de handel die verschillende goederencodes met verschillende regimes wil.
Het is dan ook niet reëel om te veronderstellen dat het ooit (weer) gemakkelijk wordt. Belangrijker is het om maatregelen te nemen tegen onverwachte wijzigingen in tarieven. Zo kan een Bindende Tariefinlichting worden aangevraagd of bepalingen in een overeenkomst worden opgenomen. Helaas zijn dit echter maatregelen waarvan een groot deel van de handel nog niet heeft gehoord.
Kan het dus echt niet anders?
Zie ook het dossier: Wat kun je met douanemanagement-software?